RE THINK ING VISU AL


Blinde pelgrims in de Middeleeuwen

#

Pelgrimeren rond Nijmegen

Het plan is om te pelgrimeren rond Nijmegen, de Walk of Wisdom en dan te lopen door ons, blinde pelgrims. Alvast lees ik me in en ontdek dat tijdens de hoogtijdagen van pelgrimage en bedevaart zich een cultureel archief opbouwde rond blinden waaruit we nu nog putten. De vraag die ik mezelf stelde: hoe was het geweest, blinde pelgrim te zijn in de Middeleeuwen? Er waren veel blinde pelgrims op weg, in groepen meestal. Wat waren ze? Godvruchtige boetelingen? Veroordeelde misdadigers? Mensen op wie Gods rechtershand al rust? Ik lees Edward Wheatley’s “Stumbling Blocks Before the Blind - Medieval Constructions of a Disability”. (PDF, helaas)

Reclaiming history

Het is een bittere taak. Tegen I., met wie ik het pelgrimage plan heb opgevat, had ik het over “reclaiming”. Altijd als ik buiten gebaand pad op weg ben, vecht ik tegen het gevoel niet onbegeleid in “de natuur” te mogen zijn. Na Wheatley besef ik waaruit dat verontrustende gevoel voortkomt. Blindheid werd vooral geassocieerd met misdaad en straf. Je gezichtsvermogen kon je worden ontnomen, als gerechtelijke straf. Of om kinderen tot lucratievere bedelaars te maken. De angst om blind te worden is een constante in zowat elke cultuur. In zijn Nawoord besteedt Wheatley aandacht aan de zichtbaarheid van blinden als een factor in het “plaats geven” aan blinden, iets dat in Frankrijk meer gebeurt dan in een land als Nederland (protestants)

Blinde pelgrims op tocht

Met D. bekijk ik een zilverstift studie door Pieter Bruegel van drie blinde pelgrims op weg. “Wat zien ze er competent uit¨, zegt D.: “Niet in lompen, ze hebben goede schoenen”. Het is een groep van drie, waarvan één waarschijnlijk blind gemaakt door het strafrecht. De andere twee hebben andere oogaandoeningen. “Staar misschien”, zegt D. over één van de pelgrims. Ze dragen ieder een vervaarlijke pelgrimsstaf met een speer-achtige punt. Ik bedenk dat ze zich hebben moeten verdedigen. Dat ze in een groep reizen om veiliger te zijn, maar ook om elkaar te ondersteunen, want ik denk niet dat ze alle drie zonder rest-visus zijn. Uit het lezen van Wheatley weet ik inmiddels dat blinde pelgrims alom werden gewantrouwd en veracht. Want misschien waren ze wel helemaal niet blind en deden ze alsof om meer geld binnen te slepen met bedelen. Van blinden werd verwacht dat ze hun blindheid demonstreerden, als zienden daar om vroegen (“Hoe veel vingers steek ik nu op”) Sowieso waren blinden ongunstige figuren, want Gods straf. Wheatley laat zien hoe anti-judaisme (de “blinde joden¨) en blindenhaat twee zijden zijn geweest van de zelfde munt.

Het huis verlaten

Het huis verlaten is geen lichte beslissing als je blind bent. Toen we begonnen na te denken over pelgrimage als thema voor onze hiking retreat, werd ook al snel duidelijk dat het pelgrimeren als blinde je sterk confronteert met het culturele archief van blinden-afkeer. Als ik Wheatley’s boek lees, kan ik moeiteloos het spoor volgen van de Middeleeuwen naar nu. Tot op de dag van vandaag is het mogelijk om in aanraking te komen met diep ambivalente houdingen ten opzichte van blinden. Pelgrimeren gaat altijd over lange lijnen trekken. We gaan een eerste verkenningswandeling doen. Blinde pelgrims met ieder een indrukwekkende staf in de hand.

Een lijntekening van de Drie Pelgrims door Bruegel. We zien drie pelgrims, ieder met een staf en stevige schoenen. Ze zijn op weg in een bergachtig landschap. Ze hebben ook ieder een staf in de hand met een stevige ijzeren punt er aan. Ze houden hun staf vast alsof het een muziekinstrument is. Aan alles kun je zien dat dit ervaren en competente pelgrims zijn.

written by a human