RE THINK ING VISU AL


Apeldoorn, een plek voor angst

#

Apeldoorn als angstbestemming

Laatst moest ik achter Apeldoorn zijn, want Marktplaats en iets ophalen. Toen ik de treinreis plande, probeerde ik om Apeldoorn heen te reizen, met ingewikkelde overstappen bij Elspeet. Via Apeldoorn bleek de beste optie te zijn en ik moest mezelf laten wennen aan het idee. Apeldoorn is een teer punt, want daar is Het Loo Erf, waar je kunt revalideren als je als volwassene blind geworden bent. Revalideren betekent: leren hoe je alledaagse dingen doet, koken, de was doen, je werk, rouwen om verlies. Het is intern, je gaat “op gesticht”, met de weekeinden thuis. “Apeldoorn” associeer ik met keihard werken en je ’s avonds in slaap huilen. Aangezien ik weer meer chöd beoefen, houd ik me ook aan Machig-ma’s advies: ga naar de plek waar je bang voor bent. Wel aan!

Het land der blinden

Naar Apeldoorn. In mijn hoofd ging zich onmiddellijk het weekend-reizen afspelen. Met Amersfoort als subtiele grens van het Land der Blinden. Zeist heeft Bartiméus, daar zijn veel blinden te vinden, en ook achter Amersfoort kun je merken dat de blinde mens daar vaker op pad is. Apeldoorn is ook een bestemming waar nogal wat blinden zich in de openbare ruimte wagen. De eerste keer dat ik opmerkte dat ik achter de Amersfoort grens anders werd bejegend dan ervoor, dacht ik dat ik het me verbeeldde. Maar ik verbeeld het me niet. In Amersfoort haal ik koffie bij de kiosk op het overstap perron. Het is troostend dat het nog dezelfde kiosk is op dezelfde plek. Gewoonlijk geef ik altijd heldere instructies: “schuif de beker maar tegen de rug van mijn hand.” Ook altijd moet ik zoeken naar de pin, omdat nooit iemand op het idee komt om tegen me te zeggen: “aan de rechterkant” of zoiets. Maar in de kiosk van Amersfoort zegt de mevrouw: de pin is recht voor je. En ik begin aan mijn instructie, maar vaardig zegt ze: “hier is de koffie, tegen je hand.” In deze kiosk is de blinde mens geen onbekend verschijnsel.

Het knekelveld betreden

Daar was ik dan, Apeldoorn bereikt. Eén van mijn eerste echte mobiliteitslessen was een instructie om het station te bereiken vanuit Loo Erf, de trein te kunnen nemen. En andersom, om aan te komen en de bus te nemen naar Loo Erf. Ik moest aan D. uitleggen hoe dat voelde, destijds en het was een gemengd boeket. Aan de ene kant diepe walging, maar vooral angst bij het me bewegen op straat. Aan de andere kant de wil om zelfstandig van en naar mijn eigen huis, in mijn eigen stad, te kunnen reizen. Het stoklopen wilde ik niet. Ik schaamde me. Ik verlangde en wilde contact. Een tijdlang sloeg elk weekeind een wond, vanwege het moeten reizen. Er was een periode dat ik niet naar huis wilde reizen en in Apeldoorn bleef. Bij elke oversteek, elke overstap, elke interactie intense angst en schaamte.

Autonomie en afhankelijkheid

Ik moet op de bus naar Beekbergen voor mijn Marktplaats afspraak. Het busstation van Apeldoorn is extreem goed aangepast voor blinden. Als altijd heb ik tijd nodig om me te oriënteren. Iemand kondigt zich aan en vraagt of ik hulp nodig heb. Misschien had ik vroeger wel “nee” gezegd. Nu ik veel vaker autonoom wandel buitenaf, maak ik makkelijker en strategischer gebruik van hulp en zie ik het niet als afhankelijkheid maar als een middel tot autonomie. Het doel bij wandelen is om de bestemming te bereiken. Dan doet het “hoe” er ineens veel minder toe. Nu accepteer ik en vraag ik of hij me het halteperron voor de bus naar Beekbergen wil wijzen. Hij haalt iemand voor me, hij is chauffeur, maar er is een speciaal iemand hiervoor. Vroeger en nu. Nu denk ik: mooi, dat scheelt weer energie. Autonomie in de bus: ik vraag de chauffeur de haltemelder aan te zetten in plaats van in te gaan op zijn aanbod me te waarschuwen.

Plaats maken

Apeldoorn is de locus van mijn blindheid. In de bus voel ik zowel verlies als blijdschap, rouw en opluchting. Terugkijken is altijd makkelijk. Wat zijn de patronen en keuzes dan helder. Nog steeds ervaar ik de Loo Erf periode als een worsteling, omdat het dat was. Acceptatie gaat in schokken, plotselinge wendingen. Het is geen lineair proces. Het heeft ervaringen nodig, breekpunten, nare gebeurtenissen, trouvailles, openbaringen. En genade, een zekere mate van gunnen, van plaats maken. Pas toen ik mijn ervaringen drastisch ging uitbreiden door mijn wens te volgen autonoom te wandelen buitenaf, kreeg ik toegang tot wat ik “blind erfgoed” zal noemen. Vaardigheden, tactieken, strategie, de eeuwen door gebruikt om plaats te maken in de wereld van Zienden.


written by a human