RE THINK ING VISU AL


Tasthonger

#

Linnen loper

Twee keer heb ik getouw opgezet. De eerste keer was het met met wol van een behoorlijk dikte voor schering en inslag. Nu, de tweede keer, heb ik het mezelf moeilijker gemaakt. Ik wil linnen weven en met dunne draden, hogere threadcount. Het is veel werk. Ik maak de schering op de ene dag, doe het opbomen op de andere. Het inrijgen in de schachten krijgt een dag en het rieten ook. Nóg ben ik niet klaar om de weefspoel in mijn handen te nemen. Het is belangrijk dat ik alle stappen weer herhaal. Maar langzaam, op eigen tempo en gevoel. Het neemt dagen in beslag. Alles gaat door mijn handen, ik moet alles voelen, Dunne draden die ik inrijg, op mijn vingers neem, controleer, navoel, inrijg, samenbind. Mijn aanraking is licht. Bang om draden stuk te maken, of - nog erger - in de knoop te trekken. Het overkomt me één keer bijna, maar R. redt me eruit. Het vergt geduld, en minieme repeterende gebaren.

Blindenbonus

De eerste schering die ik opzette had banen van verschillende kleuren. Bij die eerste keer getouw opzetten, besefte ik dat het een voordeel was dat ik geen acht sloeg op de kleuren van de kettingdraden, maar alleen bezig was met voelen en tellen. De bonus: mijn inrijgen is methodisch en precies. Nog een bonus: bij het aanbinden was de spanning van de ketting draden een heel wezenlijk iets voor me. En nu is de bonus dat braille kunnen lezen, hoe gebrekkig ook, blijkbaar een voordeel is: gevoelige vingers. Wat de vorige keer niet gebeurde, gebeurt nu wel: ik maak contact. D. zegt het als ik weer thuis ben en erover vertel. “Wat heerlijk voor je dat je twee dagen volop heb kunnen voelen met je vingers”. Ik besef: tasthonger.

Intens ervaren

Het lukt me wel om me een voor en na de blindheid te herinneren. Nu ik terugkijk, komt “zien” me banaal en oppervlakkig voor. Vroeger noemde ik me altijd een “Augentier¨. Erg in de weer met camera’s en foto’s en Derrida. Ik dacht altijd dat het oog-waarnemen centraal moest staan. Maar ik weet nu meer. Het is de aanraking die de verbinding legt. Inmiddels is zien voor mij een intellectuele bezigheid. Ik weet wat het is en wat het doet. Ik weet dat ontelbaar veel mensen zich ermee bezighouden en dat het voor vrijwel iederen het belangrijkste middel is om contact te maken met de wereld zoals die zich voordoet. Het is een theoretische constructie van waarneming. Aanraken, ervaren op tast, legt het direct contact. Er rust een vloek op dat contact, want het is zeer gelokaliseerd, maar daar staat intensiteit tegenover. En de intimiteit van aanraking. Ook als het gaat om een interessant gevormde theekom. Of de geschulpte rand van een salon tafel. Intense fragmenten van contact.

Tast als helend

Twee hele dagen van “hanteren¨ zijn helend. Toen ik begon met weven zei ik erover dat het me zo grappig leek om een typisch blindenberoep te leren en dat de andere mogelijkheden mandenvlechten en borstels maken waren. Inmiddels begrrijp ik heel goed wat ook van borstels en manden maken het effect zou zijn: het stillen van mijn tasthonger. Ik vermoed dat blinden altijd al dit soort tastende ambachten hebben uitgeoefend, vanwege de blindenbonus, maar vooral vanwege tasthonger. Het tasthongerige lichaam van de wever zit in het hele weefsel. Terwijl ik inrijg richt ik me op een lichte, en liefdevolle toets van mijn vingers. Geduld, liefde, aandacht wil ik in mijn linnen weven.


written by a human